Blogs en sociale media hebben de markt veroverd: netwerken via LinkedIn is populair, Twitter is in opkomst. Bij het inzetten van alle media, hoort een andere vorm van perscommunicatie. Want iedereen oriënteert zich eerst via internet. Het betekent dat reputaties steeds meer online gevormd worden. En dat vraagt om een nieuwe stijl perscommunicatie. Hoe daarmee te beginnen?
Wie uitsluitend via traditionele wegen zijn nieuws verspreidt, mist een grote doelgroep. De meeste mensen vinden internet namelijk een heel betrouwbare informatiebron en zoeken daar hun informatie.
Zichtbaarheid via internet heeft twee kanten: minder controle op wat wordt geschreven. Maar wel groter en langer bereik dan kranten en tijdschriften.
Betrouwbaarheid
Dat internet een betrouwbare informatiebron is, is natuurlijk erg zwart/wit, maar hier niet de discussie. Het blijkt namelijk uit onderzoek vorig jaar door een Nederlands bureau De helft van de onderzochte groep vindt zelfs dat er geen verschil is in betrouwbaarheid tussen websites van bestaande kranten en nieuwssites. En een derde kijkt alleen nog maar naar nieuws via internet, meer mannen dan vrouwen overigens.
Dus: laat uzelf op een goede manier op internet zien.
Stap 1: Begin bij jezelf
Plaats nieuws consequent op de eigen website. Moeilijker hoeft het niet te zijn. Maak een pagina 'Nieuws' of 'Persinformatie' en plaats daar op datum het nieuws dat uw organisatie verspreidt. Voordeel is dat u de website er actueel mee houdt, hetgeen scores in zoekresultaten verbetert.
Stap 2: Verrijk de informatie
Voeg aan persinformatie per mail andere content toe: links, foto’s en video’s. Bijvoorbeeld een link naar uw website waar het nieuws staat of naar andere relevante informatie op de eigen site of sites van derden.
Beeld is essentieel en vergroot de plaatsingskans en het bereik aanzienlijk. Geef al het beeld een relevante titel. Sommige mensen zoeken juist op afbeeldingen, dus ook daar wordt u op gevonden.
Een korte nieuwsclip is een nieuwe manier om eerst de journalist te prikkelen. Een voorbeeld van een bedrijf dat een persbericht over een spectaculair project verstuurde.
Steeds meer online media zijn er voor uitgerust video’s te plaatsen. Met de ontwikkeling van HD pocketcamera’s ligt ook deze nieuwe communicatievorm binnen ieders handbereik.
Stap 3: Zelf nieuws maken
Er zijn talloze online vakinhoudelijke en netwerkplatforms waar u zelf uw informatie kunt plaatsen. Dus waar u eigenlijk zelf het nieuws ‘maakt’, zonder tussenkomst van een journalist.
LinkedIn Op LinkedIn zijn honderden Nederlandstalige groepen waar u nieuws en artikelen kunt plaatsen en discussies kunt starten, volgen en voeden. Ook kunt u zelf een groep aanmaken. Het nieuws dat op uw website staat, plaats u als link in zo’n groep. In de statistieken van uw site kunt u vervolgens bijhouden of en hoe het bereik van deze berichtgeving is. Ga er zorgvuldig mee om.
Twitter
Twitter is ook een kanaal waarvan gebruik en bereik in rap tempo toeneemt. Een account activeren heeft echter alleen zin als u ook volgers kunt vinden, mensen die interesse hebben in uw berichtgeving. Zonder die wisselwerking zijn uw inspanningen zinloos!
Zelf nieuws maken
Zelf uw nieuws maken lijkt erg aantrekkelijk: u plaatst wat u wilt waar u wilt. Of niet? Het draait naast zorgvuldigheid uiteraard vooral om volharding. Alleen met uw blijvende inzet en een duidelijke visie bouwt u via sociale netwerken een reputatie op.
De volgende stap: Webproof schrijven
Daar over zal ik een volgende keer berichten, als u interesse heeft. Laat een berichtje achter. U kunt ook door te Googlen hier informatie over vinden.
Ook geplaatst op De Zaak
Recent las ik een treffende uitspraak van de directeur van RAI Exhibitions: “Als je het DNA van de sector wilt proeven, ga je naar de beurs. Een beurs heeft iets van een marktplaats. Iemand staat achter zijn kraam, je maakt een praatje, hij legt uit wat hij verkoopt. Het is heel direct."
Dat is voor mij ook het doel van een beurs: in een ontspannen sfeer contacten leggen, ongeacht het doel van de bezoeker. Mensen bezoeken om uiteenlopende redenen een beurs, maar komen lang niet altijd alleen om iets te kopen. Ook om te vergelijken bijvoorbeeld, of zich te oriënteren op een aanschaf.
Er zijn veel bezoekers die uiteindelijk tot aankoop over gaan op een beurs. Dat kan (een van uw) aantrekkelijke beursaanbieding(en) zijn, maar ook iets dat later gemaakt en geleverd wordt, of een afspraak tot samenwerking.
Weet wie er bij u langs loopt!
Beursbezoekers zijn grofweg in een aantal groepen in te delen. Dr. Karoline Wiegerink, beurzendeskundige en verbonden aan de Holland Consulting Group, stelde ooit de onderstaande indeling op:
- De oriënterende slenteraar – vooral te vinden op technische beurzen, zoekt het nieuwste van het nieuwste, heeft een brede belangstelling.
- De doelgerichte informatieverzamelaar – zoekt nieuwe contacten, bereidt zich goed voor, komt voor orders en offertes.
- De transactiegerichte – gefocust op aankoop en nieuwe relaties.
- De netwerker – voert veel gesprekken, blijft lang hangen, niet gericht op follow up.
- De seminarganger – gaat naar alle beurzen, is kennisgericht.
- De antibeursbezoeker – 20% van de bezoekers, komt zonder voorbereiding, legt geen contacten en is snel weer vertrokken.
Noodzakelijk kwaad?
Op veel vakbeurzen zijn ook scholieren en studenten te vinden, vaak op een eerste beursdag, soms onder begeleiding van een docent, soms zelf in groepjes rondlopend. Voor veel standhouders een lastige groep om mee om te gaan. Op zoek naar hebbedingetjes en soms op bezoek als een verplicht nummer.
Toch kunnen ze de medewerkers en klanten van de toekomst zijn! Zorg dus dat je weet op welke dag zij de beurs bezoeken en van welke opleiding ze afkomstig zijn. Zo kun je ze gericht benaderen en eventueel van informatie voorzien.
Maak gebruik van internet
Door internet is er een dimensie van ongekende omvang bij gekomen. U kunt er vooraf mee inschatten wie er komt (bijvoorbeeld door middel van online inschrijving) en achteraf kunt u handig nagaan wie er zijn geweest.
Bouw databases op met bezoekersgegevens. Die zijn interessant omdat het na de beurs relevante informatie oplevert wie op de beurs is geweest, wat zijn motieven waren en wat hij ervan vond. En dat is belangrijke informatie voor iedere standhouder die over volgende beursdeelnames moet besluiten en ze moet voorbereiden. Het grote voordeel van evalueren is dat u uw dienstverlening kunt professionaliseren.
Ook gepubliceerd op De Zaak
Weglaten is een kunst die menig journalist veel oefening bezorgt. In online magazines lijkt de ruimte onbeperkt, maar is schrappen pure noodzaak. Bovendien is de kracht van beeld heel erg groot. In 2009 ging ING van print over op digitaal, om de ruim 100.000 medewerkers wereldwijd in vijf talen op de hoogte te houden van het wel en wee van de bank. In het blad Communicatie uitgave juni 2010 (de printuitgave dus!), is te lezen hoe ING intern pioniert met het online magazine Matters.
Journalistieke heroriëntatie
De makers ervaren dat een online magazine een andere taal heeft. Een journalistieke heroriëntatie dus. Waarbij de geschreven taal het aflegt tegen de beeldtaal. Want Matters heeft 50% minder woorden dan de vorige printversie, zo valt te lezen. Er is ruimte genoeg, maar er wordt minder gelezen. Het soort medium en de tijd waarin we leven met een overkill aan informatie zijn er debet aan.
Lang leve het gedrukte blad dat op de bank wordt gelezen onder het genot van een kopje koffie! Dat momentum is digitaal (nog) niet te evenaren. De redactie van Matters overweegt overigens wel een printbare versie aan te bieden. Dat zou ook de leestijd ten goede kunnen komen. Want die is momenteel maar 5 minuten, blijkt uit lezersonderzoek. Terwijl Matters eigenlijk 15 tot 20 minuten leestijd vraagt.
ING is enthousiast over de response van de medewerkers tot nu toe: 10% vult enquetevragen in, er komt spontane input voor verhalen. Het maakt het werk van de redactie eenvoudiger. En de kostenreductie van 75% is natuurlijk ook niet mis.
Bijna iedere internetgebruiker zoekt via zoekmachines: 98%. En driekwart vindt websites door zoekmachines: 77%. Echt álles wordt dus gezocht én gevonden door vooral zoekwoorden of combinaties er van in te typen. Het belang van zichtbaarheid op het web kan niemand meer ontkennen. Want wie zichtbaar is kan gevonden worden door wie nog onbekend is en interesse heeft. En dat geldt niet alleen voor de website van een bedrijf, maar ook voor digitale platforms waar je jezelf of je bedrijf kunt etaleren door te reageren, vragen te stellen, mee te discussiëren. Ze worden social media genoemd. Sociaal, omdat de connectie met elkaar het uitgangspunt is van deze nieuwe kanalen. Niks eenzijdigs, geen ouderwets zender-ontvanger gedoe, maar conversaties en relaties. De dialoog is waar we naar op zoek zijn. En dat biedt massa’s nieuwe kansen, is alom de verwachting, want op het web gebeurt het.
Ja, ik ben het met u eens; het is soms knap vermoeiend. Zeker als je bouwjaar ver voor de 80-er jaren ligt. Want het is niet of-of, maar en-en en de opbrengst noch de ideale mix is eenvoudig te bepalen. Offline is de meeste ‘ouderen’ vertrouwd, maar online overschaduwt alles, in razendsnel tempo.
We nemen nieuws en informatie tot ons, delen het met elkaar en kruiden het met een eigen mening. We voegen waarde toe, op een eigen authentieke manier. Iedereen wordt zender, iedereen is ontvanger, grenzenloos. Dat vraagt een andere kijk op contact en en een heel andere aanpak van communicatie.
Je kop in het zand steken en denken dat de bui wel overwaait, is struisvogelpolitiek. Het betekent namelijk ook dat er over uw merk, producten en diensten wordt gesproken op het web. U kunt dus maar beter zorgen dat u erbij bent. Misschien niet vooraan met de meest stellige mening, maar wel goed zichtbaar met een actuele site en een duidelijke externe communicatie die gebruikmaakt van traditionele offline én moderne online media. U bouwt er niet alleen bekendheid mee op, maar ook expertise.
Het grote voordeel van de b2b-markt en de bouwkolom in het bijzonder is dat er weinig early adopters zijn in deze materie. Dat geeft u nu nog ruim de kans om uw social media strategie te ontwikkelen en op te bouwen.
Eerder geplaatst in Bouwformatie - juni 2010
De titel is een onderschat tekstonderdeel. Hij is de binnenkomer en soms de enige indruk die je bij de lezer achterlaat. Op internet moet hij aansluiten bij relevante zoekwoorden.
Pakkend en creatief moet hij zijn. Dat moest hij altijd al zijn, maar oh wee, wat een kommer en kwel is nog het vaak. De titel overslaan is makkelijker, een nietszeggende titel ook. En een ik-titel is ook nog steeds populair. Wat een ik-titel is? Een ik-titel is een uitvloeisel van ik-communicatie. Praten over jezelf, in plaats van je klant, je oplossing, het resultaat. In de transitie van productgerichtheid naar marktgerichtheid zijn veel organisaties zich bewust van de tekstuele taak pakkende titels te maken die niet over jezelf gaan. Toch lees ik dagelijks in de tientallen persberichten in onze eigen mailbox en op internet, dat velen dat nog niet onder de knie hebben. Is het laksheid, gebrek aan creativiteit of onwetendheid? Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar het boeit mij wel.
Pakkende titels schrijven is te ontwikkelen door:
1. Je te verplaatsen in de doelgroep. Wat wil men lezen, waar is men in geïnteresseerd?
2. De taal van de doelgroep te gebruiken en vakjargon te vermijden
3. De essentie nieuwswaardig samen te vatten
4. Het gebruik van de bedrijfsnaam liefst te vermijden
5. En door veel te oefenen!
Deze nieuwe tijden van onbegrensde digitale mogelijkheden vragen om andere b2b-marketing. De nieuwe website www.plugz.nl is een nieuw kanaal dat eindgebruikers bereikt. En is een goed voorbeeld hoe het anders en slimmer kan. Niet per se minder, maar volledig inspelend op internetgebruik en een mening vormen en die digitaal delen.
Onderzoek wijst uit dat praten over merken aankopen beïnvloedt. Plugz speelt daar volledig op in, door professionals in de bouw en installatie gratis gereedschappen en materialen te verstrekken en in ruil voor gebruik in de praktijk een paar vragen te laten beantwoorden. Die feedback helpt leveranciers producten te verbeteren en is ook een ijzersterke manier om het gesprek in het hart van de doelgroep op gang te brengen over merken en producten. De serieuze deelname van de Pluggerz en de inschrijving van 700 deelnemers in een half jaar tijd bewijzen dat dat werkt.
Mond-tot-mond reclame is een heel krachtig instrument. Het Amerikaanse Forrester Research heeft becijferd dat mensen bij aankopen en oriëntatie voor 90% voorkeur geeft aan aanbevelingen van mensen die men kent. Dat steekt ver uit boven alle andere vormen van reclame en informatieverstrekking, zoals persoonlijke meningen op (vergelijkings)sites (70%), merkgerelateerde sites (70%) en publiciteit (69%).
Plugz is een initiatief van DeJong&Verder en van internetbedrijf Click Internet Concepts.
Hongerig naar informatie. Iedereen is dagelijks op zoek naar nieuws, naar informatie, naar meningen. In tekst, in beeld, in bewegend beeld. Op YouTube bijvoorbeeld.
Dagelijks worden 120 miljoen filmpjes bekeken. Door mensen tussen 18 en 55 jaar, die daar een half uur tot drie kwartier voor uittrekken, blijkt uit onderzoek. YouTube is de derde best bezochte site wereldwijd. En de helft van de bezoekers komt eens per week of vaker.
Cijfers die er niet om liegen.
Welke mogelijkheden biedt YouTube? Uw informatie krijgt een gezicht, nog meer dan waar uw website al voor zorgt. Indien een video in een zoekresultaat verschijnt is de kans dat men daar op klikt 2x zo groot als de doorklik op een website.
Vindbaarheid die geldt voor websites, is ook van belang bij online video's. Waar je op gevonden wil worden, bepaalt de zoektermen die je in de diverse velden van YouTube kwijt kunt. Een korte pakkende titel die aangeeft waar de video over gaat en/of wat het doel is, werkt ook mee aan vindbaarheid.
Video's kunnen geplaatst worden op de eigen site, maar ook op een eigen kanaal van YouTube. Waren we ooit snel om een goede domeinnaam vast te leggen, zo alert moeten we ook zijn bij het bepalen van de naam van ons eigen YouTube-kanaal. Ook al is het niet voor morgen geuploade video's, dan wel als nieuw kanaal dat zodra de tijd rijp is, gevuld wordt met sprekende video's die het bedrijf een gezicht geven.
Sociaal netwerken lijkt te draaien om grote getallen. Hoe meer volgers, hoe meer contacten, of vrienden, hoe beter? Maar juist de wet van fors afnemende meeropbrengst lijkt te gelden, stelt auteur Clive Thompson van het Amerikaande magazine WIRED. Hoe groter de groep, des te anoniemer men zich gaat voelen. Mediamonitor Clipit sluit zich er bij aan lees ik in de nieuwsbrief van april: "Mensen voelen zich prettig in kleine groepen en daarom nemen ze in eerste instantie deel. Wanneer een groep meer dan duizend deelnemers krijgt, voelen zij zich weer anoniem. De reden waarom ze zich in eerste instantie bij de groep aansloten, is dan verdwenen." Het effect vermindert dus snel, wordt hier geconstateerd.
Wie steeds meer volgers op Twitter heeft, kan nauwelijks nog ergens op reageren. Zeker via dit kanaal zijn duizenden contacten niet bij te houden, dat ben ik met hen eens. De dialoog die we er mee willen stimuleren, is niet meer haalbaar. En een persoonlijk contact al helemaal niet meer. Vandaag las ik in een tweet dat Femke Halsema de 45.000 volgers was gepasseerd. Het was haar ondoenlijk ze allemaal op haar verjaardag te vragen. Aandoenlijk, eigenlijk wel. Gelukkig volgt ze er zelf maar ruim 400 Twitteraars.
Echt contact vraagt om kleine groepen. Om focus. Op mensen, op inhoud, op contacten. Ik doe mijn best.
Marketinggoeroe Seth Godin was eind maart in Nederland en ontleedde tijdens zijn lezing het verschil tussen b2c- en b2b-marketing. Het verschil? Het is er niet, stelt hij. Marketing draait om het verspreiden van ideeën. Over een product dat zich onderscheidt wordt gepraat, ook in de b2b. De marketeer moet dus op zoek naar de ‘paarse koe’ in het product, lees zijn gelijknamige bestseller er maar op na. Een product dat zo onderscheidend is, zo anders, dat er over gepraat wordt. Dat het waard is om over gesproken te worden. In die zin verschilt het werk van de b2b-marketeer niet van de b2c-context.
Het opmerkelijke, authentieke van een product wordt steeds belangrijker. Voor b2b-marketing is het dus niet meer voldoende, aldus Godin, om op een traditionele manier klanten en relaties te benaderen. De manier om door te dringen tot het grote publiek is je te richten op een niche in plaats van een enorme markt en je te specialiseren, ik schreef er eerder ook al over. In een niche kan een merk het verschil maken. En de uitdaging van vandaag is dat men offline maar óók online over je product praat.
Meer informatie over http://sethgodin.typepad.com/
Met dank aan http://www.adformatie.nl/
Aangemeld voor relevante LinkedIn-groepen? En nieuws te melden? Plaats dan je nieuws in een groep door linksonder te klikken op 'submit a news article'. Je kopieert het adres uit je browser en plaatst er een korte toelichting bij. Het kan gaan over iets van het eigen bedrijf, maar ook iets van derden zijn waarop je de groep opmerkzaam wilt maken.
Houd er rekening mee dat dit nieuws heel snel oud kan zijn. Afhankelijk van het overige nieuws en de veelheid er van, de werking van social media, maar uiteraard ook van de inhoud van de informatie.
Bij sommige groepen blijkt dat het nieuws dat je upload als discussie wordt geplaatst. Dit is soms bij uitgevers het geval die een groep beheren. Dit geldt bijvoorbeeld voor Cobouw www.linkedin.com en Architectenweb www.linkedin.com
Maar zichtbaarheid werkt! Ik maak van nieuws van klanten een nieuwsitem in relevante LinkedIn-groepen. Onderzoek wijst uit dat hier veel op wordt doorgeklikt. Soms in een week 20x. Het is goed voor kortstondige zichtbaarheid en draagt bij aan naamsbekendheid. Doe dit regelmatig en de digitale bezoekcijfers gaan vast en zeker omhoog.
Recent werd mij door het lijfblad van Logeion mijn mening gevraagd over de stelling: 'Van congressen en vakliteratuur leer ik niets'. Zo'n stellige vraag behoeft een stellig antwoord! In 75 woorden graag. Komt-ie: "Van congressen leer ik weinig, van vakliteratuur des te meer. Heeft met een financiële investering te maken, de prijs-kwaliteitverhouding van congressen wordt slechter naarmate je langer in het vak zit. Ik doe er steeds minder nieuws op, of de informatie mist diepgang en is te vluchtig. En van boeken krijg je nooit genoeg……
Heeft natuurlijk ook veel met beschikbare tijd te maken; congressen kosten dure tijd overdag en boeken lees ik ’s avonds in mijn ‘eigen’ tijd."
Natuurlijk wil je als adviseur niet écht iemand voor het hoofd stoten, dus ik heb-em wel even drie keer doorgelezen voordat ik de mail verzond aan http://www.logeion.nl/ (beroepsvereniging communicatieadviseurs). Het heeft niets met arrogantie van de ervaren adviseur te maken. In het geheel niet! Ik verdrink in de tijdschriften en de boeken en laaf mij aan nieuwe kennis en informatie op internet. Maar congressen, neuh. Deelname aan congressen staat voor mij gelijk aan veel eenzijdige actie vanaf een podium en schuiven op mijn stoel en dat ligt vast voor een groot deel aan mij. Nu maar hopen dat ik door de congresbranche niet met pek en veren wordt besmeurd.
Saskia de Jong
Het bereik van social media neemt in rap tempo toe. Maar de inhoud en de waarde? Er schijnen inmiddels enkele honderden tools te zijn om social media te monitoren, zo las ik recent in Adformatie. Veel is gratis en laagdrempelig eenvoudig. En misschien nu nog toereikend, maar op termijn niet meer, is de verwachting. In de b2c-markt is dit al waarneembaar. Er zijn enkele grote bureaus professioneel actief op dit terrein. Met behulp van software houden zij de ongecensureerde meningen bij van consumenten over de merken van klanten.
De markt heeft dus behoefte om te luisteren naar klanten. Laagdrempelige tools hebben het gevaar in zich dat ze door hun simpelheid niet alles in kaart brengen waar een bedrijf nu juist inzicht in wil hebben. Maar om te beginnen kan het geen kwaad dat je als bedrijf eerst eens vertrouwd raakt met gratis hulpmiddelen. Fijn dat het niks kost! Dat maakt het ook mogelijk naar hartelust te variëren met zoekwoorden van bedrijfsnamen, bedrijfsonderdelen, productnamen en combinaties van zoekwoorden. Maar pas op: op onderzoek uitgaan heeft natuurlijk als gevaar dat je diepgang zoekt en daardoor de weg kwijt raakt. Want voor je het weet ben je heel veel kliks verder en heel veel tijd...En de waarde? Dit ligt eerst vooral in kennisvermeerdering!
In de b2b-markt vragen velen zich af of zij wel inzage moeten hebben in dat wat er over hun merk gezegd wordt én hoe zij dát voor elkaar krijgen. Sterker nog, er zijn ondernemers die niet willen dat er over hun merk gesproken wordt op internet. Even de kat uit de boom kijken kan nog, maar wie slim is, neemt nu een voorsprong en oriënteert zich! Te beginnen bij bijvoorbeeld Google Alerts en Twitter Search. Ook Hyves is interessant te onderzoeken: er zijn Hyves-groepen over gereedschappen en materialen. Succes!
Saskia de Jong
In het najaar van 2008 bedacht ik www.Plugz.nl, een nieuwe vorm van b2b marketing. Zo'n 9 maanden later lanceerden we de website (40 weken bleek voldoende incubatietijd..) Een half jaar later draaiden we met ruim 500 bouwprofessionals en 10 campagnes. Plugz is een geheel nieuw marketinginstrument voor de bouw- en installatiesector. Een b2b markt die best wel toe is aan vernieuwing op het gebied van marketing.
Op www.plugz.nl bieden leveranciers gratis gereedschappen en bouwmateriaal aan in ruil voor de mening van bouwprofessionals. De markt bestormen met een nieuw marketinginstrument is niet eenvoudig. Een markt bestormen die in zwaar weer zit, is nog moeilijker. Of toch niet? Wie zich juist dan onderscheidt, valt meer op. Dat lukt Plugz aardig, al zeg ik het zelf.
Recent heeft Plugz de eerste tien productcampagnes afgerond. De serieuze deelname en de inschrijving van circa 700 deelnemers in een half jaar tijd bewijzen dat de site bestaansrecht heeft. De deelname van de Pluggerz heeft mijn verwachtingen overtroffen. Tijdens acquisitiegesprekken in 2009 kon ik alleen maar hoop, verwachtingen en bedoelingen uitspreken. Maar zouden die bouwvakkers echt vragenlijsten gaan invullen en op de site inloggen? JA!
Gebleken is dat circa driekwart van de Pluggerz de vragenlijst snel en serieus invult. Toen ik willekeurig een aantal niet-reageerders ging nabellen bleek dat men gemotiveerd is om mee te doen, maar vastliep door onbekendheid met de werking van dit soort websites. Dat hebben we inmiddels al opgelost door een stappenplan met screenshots te maken voor Pluggerz die niet gewend zijn (en misschien ook niet zo veel geduld hebben) op een site in te loggen, vragen te beantwoorden en op reacties van anderen te reageren.
Nu we weten dat het werkt kunnen we echt de boer op en nieuwe campagnes binnenhalen. Een campagne is voor dit jaar héél schappelijk geprijsd. Nu nog voldoende ondernemers en marketeers vinden die graag willen dat er over hun producten op internet én op de bouwplaats wordt gesproken!
Saskia de Jong
Nou ja, beetje overdrijven om de aandacht te trekken! Ik ben communicatieadviseur, dus hongerig naar nieuwe media. Voorop lopen, vooruit kijken, uitproberen, zit in mijn genen. Om kennis te delen, anderen te informeren en er over te adviseren. Dat Wouter Bos aftrad wist ik al vroeg op die ochtend door een retweet van Frits Wester. Toen ik het een half uur later aan mijn afspraak vertelde, geloofde hij mij trouwens niet. Er was die week in politiek opzicht al te veel gebeurd. En hij twittert niet.
In dit geval schortte het misschien ook aan mijn autoriteit... of aan mijn imago, of mijn identiteit? Lastige kwesties. Social media heeft 7 effecten op ons vak, lees ik in C, het blad van http://www.logeion.nl/ (maart 2010). Ieder individu heeft potentieel veel invloed, social media geven veel ruimte voor zelforganisatie, de waarde van de autoriteit neemt af, identiteit wordt (nog) belangrijker dan imago, de dwang van reactie(snelheid) is groot, de communicatie vindt buiten plaats en er is een oneindig potentieel aan informatie en feedback.
Wie ook actief wil worden op dit vlak, raad ik aan na te gaan of zijn of haar doelgroepen social media gebruiken en eerst eens rustig rond te kijken, alvorens accounts aan te maken en berichten de wereld in te sturen.
Overigens tref ik met mijn focus op de b2b nog niet zo veel journalisten op LinkedIn en helemaal niet op twitter. Recent benaderde ik een paar journalisten op LinkedIn, oa. met de mededeling dat ik twitter over technisch nieuws. De reactie van enkelen was: 'doesn't know'. Dat klopte ook, maar geeft aan dat er nog een wereld te winnen is.
Saskia de Jong
Een titel passend bij deze tijd van het jaar, we niezen wat af in de winterse kou. Puur toeval hoor, want ik wil iets kwijt over authenticiteit. En niezers zoeken het opmerkelijke, authentieke en niezen graag door. U snapt er niets van? Lees dan vooral verder.
Vorig jaar schreef ik op deze plek al eens dat succes afhangt van de continue drang het beter te doen. Verbeteren en routine doorbreken is nog nooit zo actueel geweest als nu. Want vandaag de dag is gewoon goed niet goed genoeg meer. Het gaat vooral om ‘echt’ zijn, origineel en oprecht. Met andere woorden, het gaat om authenticiteit. Indien u daarnaast ook de kunst beheerst met authentieke producten en diensten de aandacht te trekken bent u de marketeer van nu. Boodschappen komen echter steeds minder over omdat de verwende koper alles al heeft en er geen aandacht voor heeft. Hij wordt steeds beter in het negeren van de massamedia en luistert liever naar zijn netwerk van slimme vrienden dan naar tv-commercials en andere betaalde belevenissen. Ook het weinig onderscheidend vermogen van menig product werkt natuurlijk niet mee.
En nu komen de niezers in beeld. De belangrijkste verspreiders van succesvolle ideeën zijn ervaringsdeskundigen die al hun collega’s, vrienden en fans vertellen over een nieuw of opmerkelijk product. Zij pakken een succesvol idee op en besmetten anderen er mee. Marketinggoeroe Seth Godin noemt deze mensen niezers. Kijkt u zijn internationale bestseller De Paarse Koe er maar eens op na. De manier om door te dringen tot het grote publiek is je te richten op een niche in plaats van een enorme markt. Als de markt klein is heb je maar een paar niezers nodig om kritische massa te vormen die het idee in omloop brengen. Eerst moet je natuurlijk investeren in producten, diensten en technieken die zo nuttig, interessant en opmerkelijk zijn dat de markt naar je verhaal wil luisteren. Niezers nemen de tijd zich in je product te verdiepen en hun vrienden er over te informeren. Dus zorg dat je toestemming hebt mensen te informeren op wie je al eerder indruk hebt gemaakt. En faciliteer de niezers binnen een groep met middelen zodat ze uw verhaal kunnen doorniezen!
Saskia de Jong
(Eerder gepubliceerd in het vakblad Bouwformatie)
Aanpassingen. Ik leerde het al tijdens de biologieles op de middelbare school. Het dier dat zich blijvend weet aan te passen aan zijn omgeving, overleeft. Het meest, het best, het langst. ’t Is maar hoe je het ziet, of waar het om gaat. Aanpassen is ook voor mensen en organisaties aan de orde van de dag. We moeten Darwiniaans gaan ondernemen. De Engelse natuuronderzoeker Darwin stelde dat de evolutie van soorten wordt gedreven door natuurlijke selectie. Dat zorgde voor een revolutie binnen de wetenschap. De evolutie zet de mens neer als een diersoort, als onderdeel van de natuur, in plaats van een boven de natuur staande levensvorm.
‘Survival of the fittest’ is een term die Charles Darwin gebruikt in zijn evolutietheorie.
In de natuur kan dat beter vluchtgedrag of een betere camouflage zijn.
Maar wat is Darwiniaans ondernemen? U hoeft niet groot of extreem slim te zijn om betere overlevingskansen te hebben. De mate waarin u als bedrijf kunt aanpassen maakt of u ‘the fittest’ bent. Bij laagtij is innoveren noodzakelijk om te overleven. In de tegenovergestelde situatie lopen bedrijven op hun tenen om aan de vraag te voldoen en is er geen tijd om te innoveren.
Wie zich concentreert op zijn klanten en informatie over hen verzamelt en analyseert, is beter bestand tegen een recessie. Wat marketing betreft focussen veel bedrijven echter juist op de korte termijn en rekenen daar hun personeel op af. Dit leidt niet alleen tot verliezen en ontslagen, maar geeft ook te weinig continuïteit en te weinig oog voor de langere termijn marketing.
Helaas is vandaag de dag gewoon goed niet goed genoeg meer. Verschillende management- en marketinggoeroe’s vertellen ons overigens al decennia lang dat succes afhangt van de continue drang het beter te doen. Verbeteren en routine doorbreken is nog nooit zo actueel geweest als nu. U ontkomt er niet meer aan, in welke situatie uw bedrijf zich ook bevindt. Inzakkende markt, teruglopende vraag, of juist sterke groeikansen? Aanpassen aan nieuwe situaties is wat u te doen staat. Een handreiking. Stel uzelf drie vragen: waar wil ik mee stoppen, waar wil ik mee starten en waar wil ik me doorgaan. Inspireer uzelf en survive!
Saskia de Jong
(Eerder gepubliceerd in het vakblad Bouwformatie)
Prof. dr. John Koster gooit met zijn meest recente boek getiteld ‘Weg met het marketingplan, tijd voor actie!’ de knuppel in het hoenderhok. Ergernis met te analytische en te weinig creatieve plannen brengt hem tot de uitspraak dat doorwrochte marketingplannen overbodig zijn. 80% van de acties in het marketingplan kan zonder het plan zelf worden uitgevoerd. De marketingconsultant en tevens hoogleraar marketing wil met zijn boek aantonen dat een goede marketingplanning volstaat om tot korte praktische actielijsten te komen. Het boek heeft in de marketingwereld enige opschudding veroorzaakt, al was het alleen maar omdat de spraakmakende titel misschien de suggestie wekt het panacee te bieden.
De werkwijze van een internationaal manager van één van ’s lands grootste warenhuizen gaat nog verder. Op de vraag hoe het marketingplan er uit zag voor de opening van de eerste vestiging in een Europees land, was het antwoord: “Welk plan? We hadden niks. Geen aanbiedingen, geen brochures, helemaal niets. We hebben de winkel opengedaan, hier en daar een persbericht verstuurd en dat was het eigenlijk.”
Kan het zo simpel zijn? Blijkbaar wel, want twee nieuwe winkels staan op stapel. Toch gaat het op de meeste marketingafdelingen anders en met wisselend succes. Uit onderzoek van Koster onder 160 marketingmanagers blijkt dat 32% stelt dat van het plan niets of weinig is uitgevoerd. Slechts 20% zegt dat de doelstellingen uit het plan geheel of grotendeels zijn gehaald. 38% is niet tevreden over de implementatie en volgens 28% was het plan niet concreet genoeg en moest het vooral het management plezieren. Bovendien vindt 20% dat er te weinig sturing is op de uitvoering.
Hoe moet het dan? Aan de hand van een beperkt aantal vragen brengt Koster ons tot overzichtelijke actiepunten, gericht op maximale slagvaardigheid. Stop je tijd niet in tijdrovende analyses, maar focus op tijd voor actie. Het gaat niet om het maken van plannen, maar om de uitvoering. Daarvoor is veel interne marketing nodig; zorg samen met anderen binnen het bedrijf voor een goede klantwaarde. Goede klanten zijn immers de ruggengraat van een onderneming. Marktgerichte bedrijven met tevreden klanten maken meer winst, zijn minder conjunctuurgevoelig en hebben gelukkiger medewerkers. Het boek van Koster vinden velen te kort door de bocht, maar hij raakt er zeker een kern van de zaak mee!
Saskia de Jong
(Eerder gepubliceerd in het vakblad Bouwformatie)
Ook weer druk bezig met beursvoorbereidingen? Strategie en doelstellingen al bepaald? Uit ervaring weet ik dat veel ondernemers en managers het daar moeilijk mee hebben. Dat hoeft het niet te zijn, zeker niet als u marketinghulpmiddelen gebruikt zoals de groeistrategieën van Ansoff of de SMART-formule hanteert. Die zijn zo helder en eenvoudig toe te passen, dat het leidt tot een realistische inschatting van wat u wilt bereiken. En graag zo kwantitatief mogelijk, want dan kunt u ook meten of dat is gehaald. ‘De beurs levert 3 nieuwe klanten op binnen 6 maanden na de beurs’ is veel uitdagender en helderder dan ‘Introductie van ons nieuwe product’. U stuurt uw beursdeelname er mee. Er bestaat namelijk een direct verband tussen hiërarchie van doelstellingen en het resultaat. Hoe hoger de doelstellingen dus, des te vager het verband met de beurs en lastiger effectmeting zal zijn.
Wanneer u dat in kaart heeft, ontwikkelt u een onderscheidend beursconcept. Maak een stand waar iets te beleven is, met stopkracht. Ja echt, dat moet. Wie zich niet onderscheidt, valt namelijk niet op. En daar stoppen mensen niet voor in het gangpad. Zo simpel is het. En zo moeilijk soms ook. Creativiteit is er vaak niet op het moment dat u het wilt. Organiseer er een creatieve sessie voor, haal er externen bij. Dit stadium bepaalt het succes van beursdeelname. Beleving is het allermoeilijkste aspect. Maar wie weet te boeien, bindt. Niet alleen tijdens de beurs, maar voor langere termijn.
Saskia de Jong
(Eerder gepubliceerd in Bouwformatie)




